Home >  > Alcohol normaal groot extra groot  


alcohol_vb1.jpg

Je bent waarschijnlijk op deze pagina terecht gekomen nadat je de zelftest Alcohol gebruik hebt gedaan. Op deze pagina vind je algemene informatie over de risico's van alcohol gebruik.
Heb je de test nog niet gedaan klik hier.

Wil je direct contact opnemen met iemand van ons informatiecenrum klik hier.

Wat voelt men?
Bij iemand die gewend is aan alcohol treden de volgende effecten op.

  • 1 tot 2 glazen
    In deze hoeveelheden werkt alcohol opwekkend. Je voelt je alert, ontspannen, vrolijk en je praat makkelijker. Je eetlust neemt toe. Je polsslag en ademhaling gaan sneller en je bloedvaten verwijden zich.
  • 3 tot 7 glazen
    Je raakt aangeschoten. Je wordt zorgelozer en je zelfkritiek neemt af. Het beoordelen van situaties gaat lastiger. Soms doe je dingen die je in nuchtere toestand niet zo vlug zou doen. Je reactiesnelheid neemt af evenals de coördinatie van je spieren.
  • meer dan 8 glazen
    De vrolijke stemming kan omslaan in een neerslachtige of agressieve stemming. Je gezicht wordt rood en je pupillen verwijden zich. Zien, lopen en praten gaat steeds moeilijker.
  • meer dan 20 glazen
    Als iemand in korte tijd (binnen een uur) zoveel drinkt, kan alcoholvergiftiging optreden. Je raakt bewusteloos en kan in coma raken en zelfs overlijden. Bij mensen die nog niet volwassen en niet gewend zijn aan alcohol, kan alcoholvergiftiging al eerder optreden

Risico’s verminderen:

  • Drink matig. Voor mannen 2 à 3 per dag en voor vrouwen 1 à 2 per dag met 2 alcoholvrije dagen in de week. Drink als je uitgaat niet meer dan 5 glazen.
  • Drink alleen in je vrije tijd en niet tijdens sport, school, werk of als je aan het verkeer moet deelnemen.
  • Drink als je dorst hebt water. Alcohol stimuleert de vochtafdrijving en maakt je alleen maar meer dorstig. Drink water voor de dorst en alcohol voor het 'lekkere'.
  • Drink tussen de alcoholische drankjes ook zo nu en dan een glas water.
  • Drink voor plezier en ontspanning en niet om stress of achterliggende problemen weg te drinken.
  • Zeg af en toe nee en drink niet omdat iemand weer een rondje geeft.
  • Drink geen borrel en bier tegelijk en combineer alcohol ook niet met andere drugs.
  • Drink niet als je nog moet rijden (wie is de BOB?). Spreek van tevoren af wie rijdt en DUS niet drinkt.
  • Drink niet als je zwanger wilt worden of zwanger bent.

 Verslavingskans

  • Geestelijke afhankelijkheid: ja.
    Het verlangen naar alcohol kan zeer sterk zijn.
  • Tolerantieontwikkeling: ja
    Aan alcohol wen je. Dat wil zeggen dat als je regematig drinkt, de effecten bij eenzelfde hoeveelheid alcohol minder worden. Je moet dan meer drinken om het oorspronkelijke effect weer te voelen.
  • Ontwenningsverschijnselen: ja.
    Iemand die een half jaar elke dag 8 glazen drinkt, krijgt bij stoppen al last van ontwenningsverschijnselen zoals slecht slapen, transpireren, en onrustig worden. Ontwenningsverschijnselen zijn vaak een reden om weer te gaan drinken. Dan onderdruk je - tijdelijk - die verschijnselen.

Hoe raak je verslaafd?
Je raakt niet zomaar verslaafd. Daar gaan vaak jaren overheen.
Risico lopen mensen die de alcohol voortdurend gebruiken om van stemming te veranderen. Ze merken dat ze zonder alcohol niet meer vrolijk kunnen worden of hun spanningen of angsten niet meer kwijt kunnen raken.
Erfelijke belasting vormt ook een risico. Volgens Amerikaans onderzoek is bekend dat als één van de ouders een alcoholist is, er een 34% grotere kans is, om ook alcoholist te worden. Als beide ouders alcoholist zijn is er zelfs een 40% grotere kans. (bron: Uppers, downers, all rounders. Physical and mental effect of psychoactive drugs’).

Bij mensen die verslaafd raken zie je in de loop van de tijd de volgende verschijnselen optreden:

  • Drinken voor het effect.
    De drinker wil de uitwerking van alcohol voelen. Hij drinkt voor het effect. In toenemende mate heeft hij het effect nodig om zich goed te voelen. Zonder alcohol voelt hij zich slecht.
  • Gewend raken aan alcohol.
    Tegelijkertijd went het lichaam van de drinker aan alcohol. Hij moet steeds meer drinken om het effect nog te voelen.
    Het drinken voor het effect aan de ene kant en de toenemende gewenning aan de andere kant, zorgen ervoor dat de drinker steeds meer drinkt.
  • Last hebben van ontwenningsverschijnselen.
    Op een gegeven moment treden ook nog ontwenningsverschijnselen op zoals slecht slapen, transpireren, trillen en angstig en gespannen worden. De onthoudingsverschijnselen vormen een reden om weer te gaan drinken.
  • Problemen hebben met familie/vrienden.
    In toenemende mate krijgt de drinker problemen met familie en werk. Problemen die eerder het gevolg zijn van het vele drinken dan de oorzaak ervan. De problemen worden bestreden door opnieuw te drinken. Zo komt de drinker in een spiraal naar beneden terecht.
  • Last hebben van controleverlies.
    Als er lange tijd veel gedronken is, kan controleverlies optreden. De drinker is dan niet meer in staat om na een aantal drankjes te stoppen en drinkt door tot totale dronkenschap.
Zoeken
  Print deze pagina Opslaan als PDF Pagina opslaan als PDF   Naar boven