.

Elektroconvulsietherapie

Elektroconvulsietherapie (ECT) is een succesvolle en veilige behandelmethode bij depressie en stemmingsstoornissen. De behandeling met ECT staat niet op zichzelf, maar is altijd deel van een uitgebreidere behandeling.

Wat is het?

Bij ECT wordt door middel van elektriciteit een kort epileptisch insult opgewekt. Door deze behandeling enkele malen te herhalen, kunnen mensen met bijvoorbeeld een ernstige depressie zich beter gaan voelen en zelfs geheel herstellen. De behandeling is in de loop van de jaren steeds meer verfijnd. Zowel binnen als buiten Nederland is veel ervaring opgebouwd. De behandeling is veilig en doeltreffend gebleken.

Wanneer is ECT een geschikte behandelmethode?

Er zijn verschillende patiëntgroepen die voor deze behandeling in aanmerking komen. Bijvoorbeeld  mensen met een ernstige depressie of een manische psychose (bij patiënten die lijden aan een manisch-depressieve stoornis). Maar voor ook patiënten die niet (voldoende) reageren op een gewone behandeling kan ECT een veilig alternatief zijn. Zelfs medicijnen kunnen aanleiding zijn om over te stappen op ECT. Zo kunnen medicijnen onvoldoende werken, (ernstige) bijwerkingen geven of soms zelfs niet te verdragen zijn. Dat kan het geval zijn bij zwangerschappen of hartfalen. Vanwege het snelle effect wordt in sommige gevallen besloten om ECT direct in te zetten. Denk aan zeer ernstige depressies (psychotische depressie). Ook een (levens)bedreigende situatie of een slechte lichamelijke conditie kan een reden zijn.

Hoe werkt het?

Bij ECT wordt opzettelijk een epileptische aanval opgewekt. Dit gebeurt door het toedienen van een korte stroomstoot. Dat heeft een gunstig effect op bijvoorbeeld een depressie maar feitelijk is de precieze werking van ECT nog niet aangetoond. 

Wetenschappers vermoeden dat de zogeheten neurotransmitters een belangrijke rol spelen. Deze stoffen zijn belangrijk bij het doorgeven van prikkels van de ene zenuwcel naar de andere. Bij een depressie is de concentratie van deze stoffen waarschijnlijk verstoord. Daarmee is ook het doorgeven van de prikkels tussen de zenuwcellen verstoord. ECT beïnvloedt waarschijnlijk de concentraties van de verschillende neurotransmitters. Zo ontstaat een nieuw en gezonder evenwicht van deze stoffen waardoor prikkels weer beter worden overgebracht. 

Een andere theorie gaat uit van het feit dat tijdens een epileptische aanval grote hoeveelheden hormonen in de hersenen worden uitgescheiden. Deze hormonen hebben weer invloed op de hormoonproducerende organen. Na het opgewekte insult bereiken de hormonen weer een natuurlijk niveau en voelen patiënten zich beter. Het vraagt nog veel onderzoek om de werking van ECT precies te kunnen begrijpen. 

Wat is het effect van ECT?

50 tot 90% procent van de patiënten voelt zich na een aantal ECT-behandelingen stukken beter. Sommige patiënten genezen zelfs volledig van hun depressie. ECT maakt echter wel altijd deel uit van een uitgebreide behandeling. Er is veel tijd en aandacht nodig om volledig van een depressie te herstellen. 

Hoe ziet een ECT-behandeling eruit?

Elektroconvulsietherapie vindt plaats op de Intensive Care van het VieCuri ziekenhuis in Venlo. Vóór de behandeling word je onder narcose gebracht en krijg je spierverslappers toegediend. Op het hoofd worden elektroden geplaatst. Vervolgens wordt -kortdurend- met een elektrische stroom een epileptisch insult opgewekt. Dat duurt ongeveer 30 tot 60 seconden. Normaal gesproken treden tijdens zo’n ‘toeval’ schokkende bewegingen op van armen en benen maar de spierverslappers zorgen ervoor dat je daar geen last hebt. Binnen enkele minuten ben je weer wakker en herinner je je vaak niets meer van wat er is gebeurd. De voorbereiding, narcose, behandeling en het weer rustig wakker worden duurt al met al enkele uren. Hierna kun je weer terug naar huis of naar de afdeling. De behandeling vindt twee tot drie keer per week plaats, meestal gedurende een aantal weken. De meeste mensen hebben tussen de tien en de twintig behandelingen nodig, maar dat verschilt per persoon.

Is het veilig?

De huidige manier van behandelen lijkt nog maar weinig op de vroegere zogeheten ‘elektroshocktherapie’. Die behandeling was omstreden en om die reden in Nederland jarenlang in de ban. De laatste jaren neemt het aantal patiënten dat ECT ondergaat echter weer toe. ECT vindt nu onder narcose plaats, er is meer bekend over de techniek van de behandeling en de apparatuur is sterk verbeterd. Hierdoor is de behandeling veel veiliger geworden. Er bestaan duidelijke richtlijnen voor de toepassing van ECT. Deze zijn vastgelegd in de uitgave Richtlijn Elektroconvulsietherapie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. 

Zijn er bijwerkingen?

ECT is een veilige behandelmethode. Maar zoals bij iedere behandeling zijn er ook mogelijke bijwerkingen en risico’s. Een deel hiervan kan worden toegeschreven aan de bijwerkingen die passen bij een (korte) narcose. Denk aan een allergie voor de narcosemiddelen. Om deze risico’s te beperken  wordt er uit voorzorg een hartfilmpje gemaakt en krijg je een bloedonderzoek. Soms moeten ook bepaalde medicijnen (tijdelijk) worden afgebouwd. Dat gebeurt altijd in overleg met de behandelend psychiater. Ook tijdens de behandeling worden de lichaamsfuncties nauwlettend bewaakt. Tijdens de behandeling gaan de bloeddruk en de hartslag namelijk omhoog. Dat kan gevolgen hebben zijn voor mensen die lijden aan hart- en vaatziektes.

De meest gemelde bijwerking van ECT is geheugenverlies. Dit verlies is over het algemeen tijdelijk en betreft vooral het onthouden van nieuwe feiten (een zogeheten inprentingstoornis). Met enkele weken herstelt dit zich weer. Ook andere hersenfuncties, bijvoorbeeld de intelligentie en het denkvermogen, hebben niet te lijden onder ECT. Evenmin wordt je van ECT dement. 

De meeste patiënten verdragen ECT echter goed. Na een behandeling kun je enige tijd last hebben van hoofdpijn, misselijkheid, spierpijn of in zeldzame gevallen lichte verwardheid. Deze klachten gaan meestal vanzelf weer over.